Toen ik enkele recente werken van Anutosh zag, kwam de vraag bij me op wat hun gezamenlijke effect zou zijn in een ruimte waar buiten deze schilderijen geen andere kunst te zien was. En als alle werken horizontaal geplaatst werden, dicht bij elkaar en op een rij? Het voorbeeld dat me te binnen schoot ter ondersteuning van mijn verbeelding was natuurlijk de zaal in de Orangerie in het Louvre in Parijs, waar de waterlelies van Monet de enige tentoongestelde werken zijn. Dit is duidelijk een wereld van zintuiglijke waarneming – waterlelies, water, licht – in tegenstelling tot wat de schilderijen van Anutosh oproepen. Maar in zijn geval zou ook sprake zijn van een wereld, een eenheid die de bezoeker in al haar uiteenlopende manifestaties zou omringen.  

sacred geometryXVIII sacred geometryXXVI sacredgeometryXXVII

Om het heel duidelijk te stellen: we krijgen in elk schilderij maar een glimp te zien van deze eenheid. Hoe groot de doeken ook zijn, de wereld die ze binnen ons gezichtsveld brengen gaat de grenzen van het schilderij altijd te buiten. Een segment, een fragment, een snipper is alles wat binnen de marges te vangen is – zoals te zien is aan de vele vormen die door de rand van het schilderij worden afgesneden. Toch roepen deze afgesneden vormen ook een zekere grenzeloosheid op, als een stukje bewolkte lucht dat door een raamkozijn wordt ingekaderd. Dit effect wordt nog versterkt door de diepte van de lagen in het beeld. Wat binnen ons blikveld gebeurt, is gesitueerd in een wereld waar vormen vrij kunnen bewegen. Soms zijn die vormen heel sculpturaal en kunnen dus alleen bestaan in een driedimensionale ruimte, of ze blijken een hele architectuur van kleurige oppervlakken te kunnen omvatten. Dus zelfs het oog van de kijker kan daar op reis gaan, meegelokt door de belofte van een landschap waar hij nog nooit is geweest.

Het is echter geenszins de bedoeling dat we vergeten dat we hier naar een schilderij kijken. Dat houdt onder andere in: een stuk linnen besmeerd met verf en dus een plat oppervlak.

Het oog hoeft zich niet te laten misleiden, want de schilder heeft zijn kaarten open op tafel gelegd. Het is de verf als zodanig – zowel in de manier waarop die zich als materiaal gedraagt als in de contrasten tussen die gedragingen – die een gevoel van ruimte creëert; op sommige plekken creëren de penseelstreken zelf een sculpturaal effect en voeren de kleuren ons mee naar andere werelden. En welke realiteiten de vormen die aan onze ogen voorbijtrekken ook oproepen – de ene kijker zal diepzeewezens zien, de ander een wereld van micro-organismen, een derde paddenstoelen in een herfstbos – echt afgebeeld worden ze uiteindelijk meestal niet.

De schilderijen zijn dan wel concreet of zuiver abstract, maar paradoxaal genoeg zullen maar heel weinig mensen ze als louter vormenspel beschouwen. Die paradox heeft te maken met de fascinatie van Anutosh voor het schilderen als een wereld van visuele en tactiele mogelijkheden, voor dat wat enkel door verf en penselen en louter kleur en vorm kan worden opgeroepen. Zo kan hij in één schilderij zowel penselen als paraffine gebruiken; vormen en toetsen zorgvuldig plaatsen of als bij toeval neerzetten; transparante en dekkende pigmenten en kleuren naast elkaar gebruiken, of elkaar overlappend. Al deze dingen dragen bij aan de ruimtelijke effecten en de suggestie van kruipend leven. Want Anutosh is iemand die zijn ogen open houdt, die veel heeft gereisd en heel veel informatie heeft opgezogen. Daarnaast heeft hij een wereldbeeld opgebouwd waarin de krachten van de natuur en de geest een prominente plaats innemen.

De grote doeken zijn abstract, formeel bijna. Het zijn langzame, fluisterende bewegingen. Precies geschilderd maar met dynamische uitbarstingen, trage ritmes, ingewikkeld met hun onderling verweven voor- en achtergronden. Transparantie en ruimtelijkheid zijn sleutelelementen in zijn werk, voornamelijk bereikt door het gebruik van open ‘witte’ ruimtes om een gevoel van stilte te creëren. De afgelopen tien jaar heeft Anutosh deze wegen in zijn schilderijen en tekeningen verkend. Dit maakt zijn kunst vertrouwd en verrassend tegelijk.

Wat is het ware schilderen? Voor mij schilderkunst die zijn bestaansrecht bewijst met gebruik van zijn eigen middelen en er toch in slaagt iets anders, iets persoonlijks af te beelden. Anutosh schildert innerlijke landschappen, hij benadrukt het liefst het realistische, ofwel de realiteit van de fysieke handeling van het schilderen. De schilder is vooral geïnteresseerd in visuele analogieën tussen verschijnselen. Koraal lijkt op een gebarsten schedel en anemonen doen denken aan paddenstoelen. Al deze overeenkomsten in sfeer en vorm zijn even logisch als mysterieus, en het werk van Anutosh is altijd doordrenkt van die wonderbaarlijke eenheid.

 

Deze tekst is voornamelijk geschreven door Hans Sizoo, met enkele toegevoegde paragrafen door Lambert Tegenbosch.