Ik ben een waarnemer: Bernadette Beunk

De abstracte tekeningen en schilderijen van Bernadette Beunk ogen als partituren of choreografiën: grafische voorstellingen die klank, beweging en emotie moeten oproepen. Hier wordt deze sensaties echter direct, zonder tussenkomst van musicus of danser, door het beeld overgedragen.

Mijn blik volgt de lijn. Hij beweegt in de ruimte. Een kleine zwaai omhoog, een slalom naar rechts, pas op de plaats, om weer in een vloeiend gebaar op te stijgen tot een abrupte zwenking deze beweging een halt toeroept. En dan opnieuw, een tweede lijn die inhaakt bij de eerste, met slepende passen de bewegingen van de eerste volgt, afhaakt, en weer contact zoekt. Gevolgd door nummer drie, enzovoorts, tot het blad gevuld is met lijnen. Ieder blad is anders, het aantal variaties is oneindig, maar steeds ‘lees' je deze tekeningen van links naar rechts of, zoals in het Arabisch schrift, van boven naar onder. Tijd speelt een rol. Er zit een ontwikkeling in deze beweging, maar er is geen sprake van herkenbare beelden of bestaande lettertekens. Het zijn gewaarwordingen en gemoedsbewegingen. Niet te benoemen, maar daarom niet minder uitdrukkingsvol.

'Ik ben een waarnemer', zegt Bernadette Beunk met zachte stem. Ze kijkt naar buiten. 'Nu ben ik me bewust van het ruisen van de wind, het bewegen van de bladeren, de wisselende schaduwen, het geluid van passerende auto's, hamerslagen, het kloppen van mijn hart. Ik skate elke dag. Die vloeiende beweging is terug te vinden in mijn composities, net als de serďele muziek of de lang uitgesponnen gitaarsolo's van King Crimson waar ik graag naar luister.

Vroeger tekende ik veel buiten. Ik zoog dingen in mij op en mijn potlood bewoog over het papier, maar ik tekende de dingen niet na. Waarom zou ik kopiëren wat er al is? Het gaat mij om de emotie die de dingen teweeg brengen.' Beunk treedt in het voetspoor van Kandinsky, een van de eerste abstracte schilders die in 1910 bedacht dat het afbeelden van de wereld het zicht op de kunst ontnam. Zoals de componist gebruikt maakt van abstracte klanken, zo moet de schilder zich volgens Kandinsky uitdrukken in louter vorm en kleur. Daarmee kun je de kijker in het hart treffen. De kunsttheoretica Suzanne Langer bedacht hier de ‘resonantietheorie' voor, die veronderstelt dat vormen en klanken appelleren aan bepaalde emoties.

‘Ik ben een waarnemer,' zegt Beunk. ‘Ik registreer de subtiele veranderingen om mij heen en in mijzelf. Geluid, beweging, licht, gevoel. Er gebeurt heel veel tegelijk, té veel, en daar wil ik greep op krijgen.' Tekenen is voor Beunk een fysieke noodzaak. Ze balanceert op het slappe koord tussen chaos en orde. Soms trekt ze de teugels aan, zoals in de periode tussen ...toen ze zocht naar rationele helderheid. Ze had zojuist de Prix de Rome gewonnen met langgerekte tekeningen die je kon oprollen, en ontmoette Peter Struycken. Twee? jaar lang onderzocht ze onder zijn leiding de mogelijkheden van de computer in een tijd dat er nog nauwelijks software was. Ze ontwikkelde programma's voor structuren die ze repeteerde en spiegelde, en printte haar tekeningen met een plotter. Uiteindelijk vond ze de resultaten toch te mechanisch, en ze besloot weer op haar eigen kompas te varen. Haar ervaring met de computer heeft haar werk echter wel verrijkt. Haar werk is complexer, waardoor haar ideaal dichterbij komt: het weergeven van een totaalervaring van indrukken en emoties.

 

Tekst: Anne Berk