Mirjam Ruijter

 

Onlangs heb ik kennis gemaakt met het grafisch werk van Mirjam Ruijter, geboren te Amsterdam in 1946.
 Ik heb het mogen bewonderen en haar oeuvre-catalogus ‘grafies werk 1967 -1986 ‘ aangeschaft. Het werk voelde meteen vertrouwd aan en ik werd gegrepen door haar vakmanschap en de verbeeldingskracht van het werk.

 

In het laatste jaar aan de Rietveldacademie in Amsterdam in 1967 waren landschappen met bomen haar onderwerp. In 1970 waren tropische planten de inspiratiebron. Mirjam legde de bekende weg af van figuratie naar abstractie, die bijna iedere kunstenaar van de twintigste eeuw heeft afgelegd.

 

Het grootste gedeelte van haar werk bestaat uit houtsnedes van 60 x 60 cm; vaak in een ongenummerde oplage van ongeveer 10 stuks. Geen geleuter: bij Ruijter is wit ontstaan door het gutsen in het hout. Het zwart is ontstaan door het aanbrengen van inkt. De begrenzingen zijn zeer scherp. Er zijn geen tussentonen gemaakt door het  onbewerkt laten van hout in de witte vlakken en lijnen, of het gutsen in het hout in de zwarte vlakken en lijnen. Wit is wit en zwart is zwart. Alleen in de zwarte vlakken zien we vaag de tekening van het hout zelf.

 

Misschien vond ze het prettig om zo duidelijk en afgebakend te werken. Misschien was ze streng voor zichzelf. Maar ik denk dat ze vooral op deze manier optimaal kon bereiken wat ze voor ogen had. De tekeningen, of ingrepen in het hout, zijn vaak minimalistisch te noemen. Het werk komt uit een tijd dat minimalisme bon ton was: Less was more.

 

Het werk van Ruijter past helemaal in de tijd. Het is een schoolvoorbeeld van 70er en 80er jaren-kunst (hoewel ze in de 80er jaren wat meer op de trends vooruit leek te lopen). In haar werk uit de 70er jaren zie ik duidelijke verwantschappen met het grafische werk van Jean Arp en de cut-outs van Matisse. (Mensen die mijn werk kennen, weten dat ik ook deze inspiratiebronnen gebruik). Het zijn vaak stileringen aflgeleid van de waarneembare werkelijkheid; organische en suggestieve vormen. We zien die ook bij het werk van Hans Koetsier, Huub Kortekaas en anderen.

 

Haar werk evolueerde van organisch abstract naar geometrisch abstract. De Neo-Geo-golf van rond 1987, waarbij teruggegrepen werd naar geometrische kunst van de jaren twintig, werd door Ruijter reeds in 1982 ingezet. Malevitsj, kwam terug in een nieuw jasje. Tijdens de hoogtijdagen van ‘Neo-Geo’ werkte Ruijter alweer in een nieuwe stijl. Doordat ze naar mijn idee wat meer decoratieve vormen gebruikte en behendig
met diagonalen werkte,  ben ik geneigd deze ‘Memphis-stijl’ te noemen.

 

Mirjam wist wat ze deed: voortdurend maakte ze op haar vlak met vormen en restvormen de juiste composities. Niet iedereen zal altijd gecharmeerd zijn van de symetrie die vaak in haar werk zit. Maar als je bedenkt dat symetrie in deze tijd veelvuldig opduikt, is haar standpunt visionair te noemen. Soms ben ik jaloers op enkele van haar werken. Dan betreur ik het, dat ik niet zelf op bepaalde vormen, of composities ben gekomen.

 

Sedert een aantal jaren is Mirjam ernstig ziek. Na een loopbaan van een aantal ziektes heeft ze nu MCS: Multiple Chemical Sensitivity; meervoudige overgevoeligheid voor chemische stoffen. Het leven wordt ondraaglijk voor haar.

 

9 juli 2011, Vincent van Oss

 

 

De onderstaande afbeeldingen zijn gescand uit de oeuvrecatalogus:  Grafies werk 1967-1986 door Mirjam Ruijter  

Catalogusnummers: 53, 77, 83, 120, 142, 189, 161, 168, 171, 180, 193, 194, 198, 201, 207

 

 

Mirjam Ruijter oeuvrecatalogus:  Grafies werk 1967-1986
Houtsnedes

Catalogusnummers: 53, 77, 83, 120, 142, 189, 161, 168, 171, 180, 193, 194, 198, 201, 207